Ons kerkgebouw

Inhoud:

-  150 jaar St.Matthiaskerk te Warmond
-  Schilderij David en Nathan
-  glas in lood ramen van Pieter Geraedts

150 jaar St. Matthiaskerk Warmond

Financiering kerkbouw door André van Noort.

In 2009 was het precies 150 jaar geleden dat de r.-k. St. Matthiaskerk in Warmond gebouwd werd. Ter gelegenheid hiervan verschenen er in het Parochienieuws drie artikelen over de achtergronden van de bouwgeschiedenis van deze kerk.
Er is bewust voor achtergronden gekozen omdat er inmiddels al heel veel over de bouwgeschiedenis geschreven is. Zo hebben pastoor J.A.M. Saulenn in zijn boekje “Matthias te Kijk” (Warmond 1983) en Henk van der Geest in het jubileumboek “Matthias te Kijk” (Voorhout 1998), blz. 77 t/m 88, hieraan al veel aandacht besteed.

Dit artikel gaat over de financiering van de kerk.(1) Er is hiernaar nooit een gedegen onderzoek gedaan. Gezien het toenmalige aantal katholieken in Warmond (in 1849 790 zielen) was de realisatie van een dergelijk groot project een enorme prestatie. De geraamde bouwkosten voor alleen het kerkgebouw waren 42.000 gulden. Er werd op allerlei manieren geld ingezameld.

Subsidie
Het kerkbestuur schreef een brief aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland met het verzoek een subsidie van 5.000 gulden voor de bouw van de nieuwe kerk toe te kennen. De bouwkosten waren geraamd op 41.285 gulden en er was slechts 20.000 gulden voorhanden. Het bestuur vreesde dat het tekort niet aangevuld werd omdat het aantal bemiddelde rooms-katholieken gering was en omdat velen van hen door ziekte van hun vee verliezen hadden geleden. De burgemeester steunde dit verzoekschrift.
Hij schreef op 6 oktober 1857 aan de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland dat hij onbekend was met de middelen waarover de r.-k. gemeente kon beschikken, maar dat het waar was dat het aantal bemiddelde katholieken in Warmond gering was en dat sommigen verliezen van vee hadden. Hij was van mening dat er op het verzoek van het r.-k. kerkbestuur positief gereageerd moest worden.(2)
Op 27 oktober 1857 besloten Gedeputeerde Staten een subsidie van 4.500 gulden toe te kennen onder voorwaarde dat de Hoofdingenieur van de Waterstaat een oogje in het zeil mocht houden.(3)

Schenkingen
Er kwam veel geld binnen door collectes. Over de jaren 1857 tot en met 1860 werd er door de r.-k. gemeente 5.683,75 gulden ingezameld en door het seminarie over dezelfde periode 320 gulden.(4) Veel geld kwam ook binnen door giften van leden van de Geestelijke Vereeniging. Deze club was door pastoor G. Hoes in het leven geroepen als een soort uitvaartverzekering, die de kerk veel geld opleverde. Grote weldoeners van deze Vereeniging waren
- Hendrik Bernard Brink en zijn vrouw Magdalena Warmerdam. Zij schonken in totaal 4.000 gulden aan het kerkbestuur onder de voorwaarden dat gedurende hun leven aan hen jaarlijks als rente 100 gulden op 1 mei en 100 gulden op 1 augustus zou worden uitbetaald en dat na hun dood gedurende 50 jaren voor ieder van hun beiden een jaargetijde zou gehouden worden.

Andere weldoeners waren:
- Izaäk van Aken te Oudenbosch, 58 gulden;
- Mej. Joanna Maria Millaerts, vrouw van Izaäk van Aken, te Oudenbosch, 58 gulden;
- Theodorus van der Bom te Oudenbosch, 33 gulden;
- Wilhelmus de Jonge, kruisheer te Uden te Diest (België), 50 gulden;
- Bernardus Hafkenscheidt, redemptorist te Wittem, 50 gulden;
- Henricus Michels, redemptorist te Wittem, 50 gulden;
- Franciscus Bernardus Duvergé, theologant te Warmond en later pastoor aan De Rijp, 32,83 gulden;
- Joannes Mathias IJzermans, kapelaan te Voorburg en later pastoor te Dordrecht, 36,25 gulden;
- C.L. Rijp, professor seminarie Hageveld en later pastoor te Nederhorst en Berg, 27,75 gulden;
- Josephine Petronella du Fallois, geestelijk zuster te Warmond, 50 gulden.

Al deze weldoeners schonken dit geld onder de voorwaarden dat er bij hun overlijden een uitvaart geschiedde en dat ze als weldoeners van de kerk herinnerd zouden worden.(5)

Inkomsten uit aandelen en andere inkomsten
Verder werd geld ontvangen door het in bezit hebben van aandelen. Zo werd hiermee in 1856 475,75 gulden verdiend ten behoeve van het fonds tot opbouw van de nieuwe kerk.(6)
Ook de verkoop van aandelen leverde veel geld op. In augustus 1858 werden 14 aandelen verkocht, welke 5.650,53 gulden opleverden.(7)
Na de bouw van kerk en pastorie werd er door sommige parochianen jaarlijks vanaf 1863 tot en met 1866 een som geld betaald tot delging van de schuld op de kerk.
Schenkers waren onder andere:
Adrianus van Steen, Theodorus de Haas, Henricus Blom, Leonardus Heemskerk, Cornelius van der Voort, A.P. Papôt jr. en A.P. Papôt sr., H. Groen, Petrus van Rijn, M. Warmerdam, Dammas van Rijn, de weduwe Van Schie, de gebroeders Kouwenhoven, Adrianus van Velzen en de weduwe Brink.
Zij schonken bedragen variërend van 5 tot 150 gulden. Een grote schenker was Leonardus Heemskerk. In 1863 schonk hij 75 gulden, in 1864 en 1865 125 gulden en in 1866 150 gulden.(8)

Geldleningen
Er werden veertig aandelen van 500 gulden per stuk uitgegeven in een geldlening tot opbouw van de nieuwe kerk. De grootste aandeelhouders waren Leendert Heemskerk Leendertszoon (dezelfde als eerdergenoemde Leonardus Heemskerk) met 9 aandelen (bij elkaar 4.500 gulden) en de Geestelijke Vereeniging met 10 aandelen (bij elkaar 5.000 gulden).(9)
Andere aandeelhouders waren:
- RD.(10) Aug. de Poorter (1 aandeel);
- Petrus van der Ploeg, professor Heilige Schrift Seminarie Warmond (2 aandelen);
- RD. H. van Essen (2 aandelen);
- Bastian Broer (1 aandeel);
- RD. A. Quant (1 aandeel);
- Broederschap van de Levende Rozenkrans (3 aandelen);
- H.I. van Ogtrop (2 aandelen);
- Antonius Franciscus Schuurkamp, professor Liturgie en econoom Seminarie Warmond (1 aandeel);
- Seminarie Warmond (2 aandelen);
- Professor Dessens (2 aandelen).
Onder de aandeelhouders waren heel wat geestelijken en ook het seminarie droeg haar steentje bij. Verder werd in 1857 van het r.-k. armbestuur een bedrag van 5.500 gulden geleend en van Adrianus van Velzen 3.000 gulden. Het kerkbestuur moest voor ieder bedrag afzonderlijk jaarlijks 4 procent rente uitbetalen. Daarentegen moesten de geldschieters beloven niet meer dan vijfhonderd gulden per jaar op te eisen.(11)
Adrianus van Velzen mag zeker als weldoener van de kerk beschouwd worden. In 1863 schonk hij zijn schuldbrief van 3.000 gulden aan de kerk onder de voorwaarden dat de genoemde rente jaarlijks gedurende zijn leven aan hem werd uitbetaald en dat na zijn dood gedurende vijftig jaren ieder jaar een jaargetijde voor hemzelf en een jaargetijde voor zijn vrouw Alida Zuidgeest gehouden zouden worden. Daarenboven schonk hij in hetzelfde jaar nog een schuldbrief van 2.000 gulden, aflosbaar met 250 gulden per jaar en met een jaarlijkse rente van 4¼ procent, ten laste van de gebroeders Kouwenhoven, boomkwekers te Warmond.(12)

Slot
Er is veel geld ingezameld om de bouw van de kerk mogelijk te maken. Iedere parochiaan droeg zijn of haar steentje bij. Onder hen waren een aantal grote weldoeners: het echtpaar Brink-Warmerdam, Adrianus van Velzen en Leendert Heemskerk Leendertszoon. Verder is de steun van veel geestelijken opvallend. Zij schonken en leenden de kerk behoorlijke sommen geld. Er was onder hen blijkbaar veel geld. In een volgende artikel gaan we dieper in op een aantal weldoeners. 

Voetnoten:
(1) Zie ook Hugo Landheer, Kerkbouw op krediet, de financiering van de kerkbouw in het aartspriesterschap Holland en Zeeland en de bisdommen Haarlem en Rotterdam gedurende de periode 1795 – 1965 (Amsterdam 2004).
(2) Archief Gemeente Warmond, inv. nr. 215.
(3) Archief Gemeente Warmond, inv. nr. 108.
(4) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 288.
(5) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 827.
(6) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 282.
(7) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 117.
(8) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 412.
(9) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nrs. 117 en 285.
(10) RD. = Reverendus Dominus, Reverende Domine, eerwaarde heer.
(11) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 411.
(12) Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 42

Weldoeners St. Matthiaskerk Warmond

 In het voorgaande artikel over de financiering van de kerkbouw werden al heel wat weldoeners genoemd. Een aantal van hen schonk aanzienlijke geldsommen. We noemen het echtpaar Brink-Warmerdam, Adrianus van Velzen en Leendert Heemskerk Lz.. Wie waren zij en waarom financierden zij de kerkbouw?
 
Henrich Bernard Brink en Magdalena Warmerdam 
Henrich Bernard Brink werd op 16 november 1788 te Höckel Kerspel Voltlage Amt Fürstenau in het Koninkrijk Hannover geboren. Hij trouwde op zondag 5 februari 1837 voor de burgerlijke stand van de Gemeente Warmond met de 38-jarige Magdalena Warmerdam uit Voorhout. Brink was toen 48 jaar oud. Het echtpaar kreeg geen kinderen. Brink stierf op 28 september 1857 te Warmond. Toen Brink trouwde was hij bouwman (boer) van beroep. Later zien we hem als rentenier.
Brink vestigde zich in mei 1824 vanuit Wassenaar in Warmond.[1] In 1837 woonde hij samen met zijn vrouw in huis 132 in het Westeinde[2] te Warmond.[3] Dit huis is de huidige monumentale boerderij Jan Steenlaan 9. In 1845 was dit een grote boerderij met landerijen in de Tuinder- of Kogjespolder, de Zwanburgerpolder en de Hogeweidse polder. De totale oppervlakte was 33 bunder, 99 roeden en 1 el. Brink pachtte deze boerderij van Adrianus van Velzen en Aaltje Zuidgeest.[4]
In 1853 verhuisde het echtpaar naar een huis, waar zich nu het Oude Raadhuis bevindt. Brink had dit huis van Hendrika Meeuwsen of Meeuwen, weduwe van Pieter Klijn, gekocht. Hij betaalde er 1.000 gulden voor.[5]    
Brink en zijn vrouw schonken de kerk in totaal 4.000 gulden onder de voorwaarden dat gedurende hun leven aan hen jaarlijks als rente 100 gulden op 1 mei en 100 gulden op 1 augustus zou worden uitbetaald en dat na hun dood gedurende 50 jaren voor ieder van hun beide een jaargetijde zou gehouden worden.[6]
Magdalena Warmerdam stierf op 4 februari 1872 te Warmond. Zij was niet onbemiddeld. Zo liet zij een vordering van 3.000 gulden ten laste van Willem van Leeuwen, landbouwer te Voorhout, en een aandeel in een hypothecaire vordering van 6.000 gulden ten laste van Theodorus de Haas, bouwman te Warmond, na. Laatstgenoemde vordering was een geldlening van 16.000 gulden, welke door Adrianus van Velzen en Henrich Bernard Brink op 15 april 1857 aan genoemde De Haas verstrekt was. Warmerdam liet de vorderingen aan haar familie na.[7] 
 
Adrianus van Velzen 
Adrianus van Velzen was op 21 augustus 1807 in Hazerswoude geboren. Hij trouwde op 5 februari 1843 voor de burgerlijke stand van de Gemeente Warmond met Aaltje Zuidgeest. Zij was 44 jaar en weduwe van de Warmondse korenmolenaar Petrus Jacobus van der Scheer. Vermeldenswaard is dat Henrich Bernard Brink één van de getuigen was. Hij was een goede bekende van het stel. Het echtpaar kreeg geen kinderen. Van Velzen stierf op 23 oktober 1888. 
Toen Van Velzen trouwde, was hij korenmolenaarsknecht. Hij werkte bij de korenmolen van Petrus Jacobus van der Scheer en Aaltje Zuidgeest. Deze molen stond tot zijn afbraak in 1872 op de plek waar zich nu het huis Oosteinde 4 bevindt. Later zien we hem als korenmolenaar en rentenier.
Van Velzen trouwde met een rijke weduwe. Aaltje Zuidgeest erfde als enigst kind de eergenoemde boerderij Jan Steenlaan 9 van haar ouders Bastiaan Zuidgeest en Cornelia Langelaan. In 1845 verkochten Aaltje en haar man Adrianus van Velzen de boerderij aan Magdalena Suzanna Versluijs, echtgenote van jonkheer Willem Abraham Gevers, voor een bedrag van 22.000 gulden.[8] Een jaar later verkochten ze de korenmolen van Warmond voor 10.500 gulden aan Gerardus van Steen. Met al dat geld kon Van Velzen makkelijk de buitenplaats Leevliet kopen. De koopprijs was slechts 1.310 gulden. In 1857 verkocht hij de plaats voor 4.000 gulden aan Charlemagne Christophe Edouard Machen uit Schipluiden. Hij kocht dit huis voor zijn zoon Cornelius Hendrikus Carolus Machen, die toen geneesheer in Warmond geworden was.[9] Van Velzen verhuisde met zijn vrouw naar het huis op de hoek van de Schippersdam en Dorpsstraat (voorheen Slagerij Van der Vooren).[10]
Voor de bouw van de kerk verstrekte Adrianus van Velzen in 1857 een lening van 3.000 gulden tegen een rente van 4 procent.[11] In 1863 schonk hij zijn schuldbrief van 3.000 gulden aan de kerk onder de voorwaarden dat de genoemde rente jaarlijks gedurende zijn leven aan hem werd uitbetaald. Daarenboven schonk hij in hetzelfde jaar nog een schuldbrief van 2.000 gulden.[12]
 
Leendert Heemskerk Lz. 
Leendert Heemskerk werd op 26 februari 1814 in Warmond geboren. Hij huwde op 8 september 1852 te Wijk aan Duin met Petronella Johanna de Wildt. Ze kregen vier kinderen: Leonardus Cornelis[13], Wilhelmus Henricus[14], Jacobus Maria en Maria Cornelia. Leendert Heemskerk overleed op 15 februari 1881 te Warmond.
Heemskerk was boer op de boerderij Weltevreden (Beatrixlaan 14/16) te Warmond. Het was een grote boerderij met veel land in de Klinkenbergerpolder en de Zwanburgerpolder. De boerderij had omstreeks 1860 een oppervlakte van 26 bunder, 23 roeden en 15 ellen.[15] Verder zien we Heemskerk als kerkmeester van de St. Matthiasparochie en als lid van de gemeenteraad.
Heemskerk was zeer vermogend. Dat blijkt niet alleen uit het in bezit hebben van genoemde boerderij, maar ook uit zijn bijdrage aan lokale belastingen. Zo was hij in het kohier van de hoofdelijk omslag voor de dienst van het jaar 1858 in de vijfde klasse aangeslagen, hetgeen neerkomt op een bedrag van 21 gulden. Gezien het bestaan van vijftien klassen, was Heemskerk met zijn vijfde klasse hoog aangeslagen.[16]
Heemskerk mag zeker als weldoener van de kerkbouw beschouwd worden. Zo was hij in een geldlening tot opbouw van de kerk met een bedrag van 4.500 gulden één van de grootste aandeelhouders en schonk hij de kerk in de jaren 1863, 1864, 1865 en 1866 respectievelijk 75 gulden, twee keer 125 gulden en 150 gulden.[17]
Vermeldenswaard is dat hij het land voor zijn boerderij afgroef. Vervolgens bracht hij de grond met paard en wagen naar de plek waar de kerk gebouwd zou worden en zo ontstond de hoogte waarop de kerk nu staat.[18]
 
Slot
Het mag duidelijk zijn dat het echtpaar Brink-Warmerdam, Adrianus van Velzen en Leendert Heemskerk Lz. niet onbemiddeld waren. Zij behoorden tot de rijkste leden van de Warmondse rooms-katholieke gemeenschap. Gezien hun vermogende positie konden zij de bouw makkelijk financieren.
Bovendien waren Van Velzen en Heemskerk tijdens de bouw van de kerk kerkmeester.[19] Daarmee waren ze in feite verantwoordelijk voor een goed verloop van de kerkbouw en moesten ze er wel veel geld in pompen.
Verder moet ook een diepgelovige houding een rol gespeeld hebben. Het is wellicht een idee deze weldoeners tijdens de mis van 27 september a.s. te gedenken. Zonder hen was de realisatie van een nieuw kerkgebouw niet eenvoudig geweest.
 
Voetnoten:
[1] Bevolkingsregister Gemeente Warmond 1854 – 1863, folionrs. 144 en 176.
[2] Het Westeinde is het gedeelte Warmond ten zuidwesten van de Meerrustlaan.
[3] Notarieel Archief Warmond, inv. nr. 66, aktenrs. 77 en 78.
[4] Notarieel Archief Warmond, inv. nr. 37, aktenr. 24 (d.d. 17 april 1845).
[5] Notarieel Archief Leiden, notaris Johannes Petrus Wilhelmus Schermer, d.d. 23 september 1853, aktenr. 526.
[6] Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 827.
[7] Notarieel Archief Warmond, inv. nr. 83, aktenr. 4227.
[8] Notarieel Archief Warmond, inv. nr. 37, aktenr. 24 (d.d. 17 april 1845).
[9] A.G. van der Steur, De buitenplaats Leevliet te Warmond en haar bewoners. In: Leids jaarboekje 1973, blz. 69 - 98.
[10] Kadastrale leggers Warmond.
[11] Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 411.
[12] Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 424.
[13] Leonardus Cornelis Heemskerk, geboren op 9 augustus 1854 te Warmond,  studeerde godgeleerdheid en werd op 15 augustus 1878 tot priester gewijd. Hij overleed als kapelaan te Heiloo op 24 maart 1894.
[14] Wilhelmus Henricus Heemskerk, geboren op 18 juni 1857 te Warmond, was kerkmeester van de St. Matthiasparochie Warmond en wethouder van de Gemeente Warmond. Hij overleed ongehuwd te Warmond op 13 oktober 1928.
[15] Archief Gemeente Warmond, inv. nr. 598, kadastrale legger artikel 317.
[16] Archief Gemeente Warmond, inv. nr. 448.
[17] Archief St. Matthiasparochie Warmond, inv. nr. 412.
[18] Mededeling van Koos Heemskerk (overleden 18 maart 2008). Met dank aan Wim Slingerland. 
[19] J.G. Schrage e.a., Matthias te kijk (Voorhout 1998) blz. 83. 




 

Schilderij David en Nathan


Lezing ter gelegenheid van de open monumentendagen 2016 door dhr. Engel Knoppert d.d. 10 sept. 2016 over het prachtige schilderij in  de kerk David en Nathan dat misschien geschilderd is
door Ferdinand  Bol, een  collega van Rembrandt van Rijn.
Hier kunt u de lezing  nogmaals volgen. (ca. 35 minuten !)  
Tevens ziet u mooie beelden van  ons kerkgebouw. 
Bekijk video op YouTube


 

Glas in lood ramen van Pieter Geraedts


Petrus Christina Wijnandus Cornelis (Pieter) Geraedts (Velp, 5 juni 1911 - Leiden, 20 maart 1978) was een Nederlands kunstschilder, beeldhouwer en glazenier. 
Hij was de kunstenaar die de gebrandschilderde ramen in onze kerk heeft gemaakt.   


Geraedts, die bijna heel zijn volwassen leven, van 1934 tot aan zijn dood, in Warmond woonde, leerde het vak van zijn vader Wijnand. Evenals hij specialiseerde hij zich in religieuze taferelen, meest in opdracht van de rooms-katholieke kerk. Daarnaast schilderde hij portretten, waaronder een van koningin Juliana voor de - destijds zelfstandige - gemeente Nootdorp en een van koningin Beatrix voor het Beatrixziekenhuis in Gorkum. Het interieur van de R. K. Heilige Maria Magdalenakerk te Goes is volledig door Pieter Geraedts beschilderd. Ook heeft deze kerk een aantal door hem gemaakte gebrandschilderde ramen. Begin 2009 werd door het Museum Catharijneconvent in Utrecht een tussen 1950 en 1960 vervaardigd schilderij van Maria met kind van Pieter Geraedts verworven. Het schilderij bouwt voort op de schildertechnieken en voorstellingen van de vijftiende- en zestiende-eeuwse Zuid-Nederlandse kunstwerken. Ook het Museum De Lakenhal in Leiden heeft werk van Geraedts in de collectie. Voor de Antonius van Paduakerk te Nijmegen (Groesbeekseweg 94) heeft hij (in 1950/51) 14 kruiswegstaties geschilderd op hardboard (1,5 x 2m.) waarbij nadrukkelijk steeds op de Christusfiguur (in grootte en lichtval) wordt gefocust.

Pieter Geraedts' zonen Pieter jr. (1940) en Thom (1950) werden eveneens kunstschilder.