Historie

Van oudsher kerkten de Warmondse katholieken in Sassenheim. Door het groeiende aantal en de afstand kwam de vraag voor een eigen kerk.
Op 11 juli 1857 gaf de bisschop van Haarlem, Mgr. F.J. van Vree, machtiging tot bouw van de onze Sint Matthiaskerk. De bouw werd gerealiseerd onder pastoor N.A.Flink. Het grondplan lijkt op dat van de oorspronkelijke Sint Matthijskerk, waarvan nu alleen 'de Oude Toren' nog over is.
In 1954 werd de kerk vergroot met de Jozefkapel als dagkerk, de Mariakapel, de doopkapel en de huidige sacristie en kelder.
Sinds 2012 is de Sint Matthiaskerk onderdeel van de parochie Sint Maarten, samen met 6 andere kerken uit de streek.

een stukje geschiedenis:     

150 jaar St. Matthiaskerk Warmond

Financiering kerkbouw
door André van Noort


Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat de r.-k. St. Matthiaskerk in Warmond gebouwd werd. Ter gelegenheid hiervan verschijnen er in het Parochienieuws drie artikelen over de achtergronden van de bouwgeschiedenis van deze kerk.
Er is bewust voor achtergronden gekozen omdat er inmiddels al heel veel over de bouwgeschiedenis geschreven is. Zo hebben pastoor J.A.M. Saulenn in zijn boekje “Matthias te Kijk” (Warmond 1983) en Henk van der Geest in het jubileumboek “Matthias te Kijk” (Voorhout 1998), blz. 77 t/m 88, hieraan al veel aandacht besteed.
Dit artikel gaat over de financiering van de kerk.1 Er is hiernaar nooit een gedegen onderzoek gedaan. Gezien het toenmalige aantal katholieken in Warmond (in 1849 790 zielen) was de realisatie van een dergelijk groot project een enorme prestatie. De geraamde bouwkosten voor alleen het kerkgebouw waren 42.000 gulden. Er werd op allerlei manieren geld ingezameld.

Subsidie
Het kerkbestuur schreef een brief aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland met het verzoek een subsidie van 5.000 gulden voor de bouw van de nieuwe kerk toe te kennen. De bouwkosten waren geraamd op 41.285 gulden en er was slechts 20.000 gulden voorhanden. Het bestuur vreesde dat het tekort niet aangevuld werd omdat het aantal bemiddelde rooms-katholieken gering was en omdat velen van hen door ziekte van hun vee verliezen hadden geleden. De burgemeester steunde dit verzoekschrift.
Hij schreef op 6 oktober 1857 aan de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland dat hij onbekend was met de middelen waarover de r.-k. gemeente kon beschikken, maar dat het waar was dat het aantal bemiddelde katholieken in Warmond gering was en dat sommigen verliezen van vee hadden. Hij was van mening dat er op het verzoek van het r.-k. kerkbestuur positief gereageerd moest worden.
Op 27 oktober 1857 besloten Gedeputeerde Staten een subsidie van 4.500 gulden toe te kennen onder voorwaarde dat de Hoofdingenieur van de Waterstaat een oogje in het zeil mocht houden.

Schenkingen
Er kwam veel geld binnen door collectes. Over de jaren 1857 tot en met 1860 werd er door de r.-k. gemeente 5.683,75 gulden ingezameld en door het seminarie over dezelfde periode 320 gulden.Veel geld kwam ook binnen door giften van leden van de Geestelijke Vereeniging.Deze club was door pastoor G. Hoes in het leven geroepen als een soort uitvaartverzekering, die de kerk veel geld opleverde.
Grote weldoeners van deze Vereeniging waren Hendrik Bernard Brink en zijn vrouw Magdalena Warmerdam. Zij schonken in totaal 4.000 gulden aan het kerkbestuur onder de voorwaarden dat gedurende hun leven aan hen jaarlijks als rente 100 gulden op 1 mei en 100 gulden op 1 augustus zou worden uitbetaald en dat na hun dood gedurende 50 jaren voor ieder van hun beiden een jaargetijde zou gehouden worden.
Andere weldoeners waren:
- Izaäk van Aken te Oudenbosch, 58 gulden;
- Mej. Joanna Maria Millaerts, vrouw van Izaäk van Aken, te Oudenbosch, 58 gulden;
- Theodorus van der Bom te Oudenbosch, 33 gulden;
- Wilhelmus de Jonge, kruisheer te Uden te Diest (België), 50 gulden;
- Bernardus Hafkenscheidt, redemptorist te Wittem, 50 gulden;
- Henricus Michels, redemptorist te Wittem, 50 gulden;
- Franciscus Bernardus Duvergé, theologant te Warmond en later pastoor aan De Rijp, 32,83 gulden;
- Joannes Mathias IJzermans, kapelaan te Voorburg en later pastoor te Dordrecht, 36,25 gulden;
- C.L. Rijp, professor seminarie Hageveld en later pastoor te Nederhorst en Berg, 27,75 gulden;
- Josephine Petronella du Fallois, geestelijk zuster te Warmond, 50 gulden.

Al deze weldoeners schonken dit geld onder de voorwaarden dat er bij hun overlijden een uitvaart geschiedde en dat ze als weldoeners van de kerk herinnerd zouden worden.
Verder werd geld ontvangen door het in bezit hebben van aandelen. Zo werd hiermee in 1856 475,75 gulden verdiend ten behoeve van het fonds tot opbouw van de nieuwe kerk. Ook de verkoop van aandelen leverde veel geld op. In augustus 1858 werden 14 aandelen verkocht, welke 5.650,53 gulden opleverden.

Na de bouw van kerk en pastorie werd er door sommige parochianen jaarlijks vanaf 1863 tot en met 1866 een som geld betaald tot delging van de schuld op de kerk Schenkers waren onder andere
Adrianus van Steen,
Theodorus de Haas,
Henricus Blom,
Leonardus Heemskerk,
Cornelius van der Voort,
A.P. Papôt jr. en A.P. Papôt sr.,
H. Groen,
Petrus van Rijn,
M. Warmerdam,
Dammas van Rijn,
de weduwe Van Schie,
de gebroeders Kouwenhoven,
Adrianus van Velzen,
de weduwe Brink.
Zij schonken bedragen variërend van 5 tot 150 gulden. Een grote schenker was Leonardus Heemskerk. In 1863 schonk hij 75 gulden, in 1864 en 1865 125 gulden en in 1866 150 gulden.


Geldleningen
Er werden veertig aandelen van 500 gulden per stuk uitgegeven in een geldlening tot opbouw van de nieuwe kerk. De grootste aandeelhouders waren Leendert Heemskerk Leendertszoon (dezelfde als eerdergenoemde Leonardus Heemskerk) met 9 aandelen (bij elkaar 4.500 gulden) en de Geestelijke Vereeniging met 10 aandelen (bij elkaar 5.000 gulden).
Andere aandeelhouders waren:
  - RD.10 Aug. de Poorter (1 aandeel);
  - Petrus van der Ploeg, professor Heilige Schrift Seminarie Warmond (2 aandelen);
  - RD. H. van Essen (2 aandelen);
  - Bastian Broer (1 aandeel);
  - RD. A. Quant (1 aandeel);
  - Broederschap van de Levende Rozenkrans (3 aandelen);
  - H.I. van Ogtrop (2 aandelen);
  - Antonius Franciscus Schuurkamp, professor Liturgie en econoom Seminarie Warmond (1 aandeel);
  - Seminarie Warmond (2 aandelen);
  - Professor Dessens (2 aandelen).
Onder de aandeelhouders waren heel wat geestelijken en ook het seminarie droeg haar steentje bij.
Verder werd in 1857 van het r.-k. armbestuur een bedrag van 5.500 gulden geleend en van Adrianus van Velzen 3.000 gulden. Het kerkbestuur moest voor ieder bedrag afzonderlijk jaarlijks 4 procent rente uitbetalen. Daarentegen moesten de geldschieters beloven niet meer dan vijfhonderd gulden per jaar op te eisen.Adrianus van Velzen mag zeker als weldoener van de kerk beschouwd worden. In 1863 schonk hij zijn schuldbrief van 3.000 gulden aan de kerk onder de voorwaarden dat de genoemde rente jaarlijks gedurende zijn leven aan hem werd uitbetaald en dat na zijn dood gedurende vijftig jaren ieder jaar een jaargetijde voor hemzelf en een jaargetijde voor zijn vrouw Alida Zuidgeest gehouden zouden worden. Daarenboven schonk hij in hetzelfde jaar nog een schuldbrief van 2.000 gulden, aflosbaar met 250 gulden per jaar en met een jaarlijkse rente van 4¼ procent, ten laste van de gebroeders
Kouwenhoven, boomkwekers te Warmond.

Slot
Er is veel geld ingezameld om de bouw van de kerk mogelijk te maken. Iedere parochiaan droeg zijn of haar steentje bij. Onder hen waren een aantal grote weldoeners: het echtpaar Brink-Warmerdam, Adrianus van Velzen en Leendert Heemskerk Leendertszoon. Verder is de steun van veel geestelijken opvallend. Zij schonken en leenden de kerk behoorlijke sommen geld. Er was onder hen blijkbaar veel geld. In het volgende artikel gaan we dieper in op een aantal weldoeners.


 Het boek "Matthias te Kijk", uitgegeven ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Sint Matthiasparochie in 1997, is een mooi naslagwerk over de historie van de Sint Matthiaskerk te Warmond.
Mede uit dit boek zullen we te zijner tijd deze pagina vullen.